“De fundamentele open vragen van NRC uit 1999:
- Welke vragen bleven er na de enquête in 1999 van over?
- Welke vragen bleven in 2022 (Rampvlucht) over? Werden de goede antwoorden zichtbaar?
- Welke vragen zijn er 2026 over?”
Hieronder staat een NRC-lijst van 21 januari 1999 met fundamentele open vragen die bestonden voor de parlementaire enquête in 1999.
Maar nu met de antwoorden zoals die uit de huidige dossiers en publiek beschikbare informatie naar voren komen. Ik maak daarbij bewust onderscheid tussen opgelost, grotendeels opgelost en nog werkelijk open.
NRC schreef in januari 1999 dat de Bijlmerramp waarschijnlijk nooit een gesloten boek zou worden omdat essentiële vragen onbeantwoord zouden blijven. Als je dezelfde vragen nu, 27 jaar later, langs alle openbare informatie legt, blijkt iets anders of ontstaat er een ander beeld.
Van deze vijftien deelvragen is eigenlijk vooral één materiële vraag werkelijk onopgelost gebleven: waar de CVR precies is gebleven. Zelfs daarbij is “onbekend waar hij bleef” iets heel anders dan “waarschijnlijk door een geheime dienst verwijderd”.
Bij verscheidene andere onderwerpen is een belangrijke verschuiving zichtbaar:
1999: onbekend → verdacht → fundamentele open vraag
wordt nu:
2026: documenten + enquête + technisch onderzoek + later onderzoek en reconstructie→ verklaring → resterende onzekerheid afbakenen.
Eigenlijk zit in de vragen van het NRC al een zekere veronderstelling ingebouwd. Ik zou ze zelf zo voor een parlementaire enquête zo omschreven hebben dat ze vantevoren geen schuld, oorzaak, verdwijning, nalatigheid of verborgen handelen al in de vraag veronderstellen. Dan wordt beter zichtbaar wat er werkelijk nog moest worden vastgesteld. maar we leefden in 1999 bij de enquête 'in een andere wereld'.
Ik zou ze zo formuleren:
Het verschil zit vooral in woorden als “waarom verdwenen…”, “hoe kon… zoekraken?”, “waarom zijn fouten gemaakt?”. Zulke formuleringen bevatten eigenlijk al een conclusie vóórdat het onderzoek begint. Ze suggereren namelijk dat iets daadwerkelijk is verdwenen, dat iemand iets heeft laten zoekraken of dat er fouten zijn gemaakt.
Een neutralere onderzoeksformulering begint liever met:
wat is vastgesteld? — welke gegevens bestaan? — wat ontbreekt? — welke verklaringen zijn onderzocht? — wat kan daaruit worden geconcludeerd?
Voor de analyse is dat juist interessant. Want de formulering van een vraag heeft zelf al invloed op hoe een lezer het dossier interpreteert. Een vraag als “Waarom verdween de CVR?” roept een ander beeld op dan “Wat is bekend over het niet terugvinden van de CVR?”.
Als ik de advocaat van de duivel speel, kan ik ook vragen stellen, nl:
- waarom publiceerde men over een 'vliegende chemie fabriek'?: terwijl er geen evenwicht bestond tussen de risico's en de gevaarlijke lading?
- waarom publiceerde men over 'grondstof voor een zenuwgas'?: terwijl DMMP in feite in een brand onschadelijk is en het dual-use karakter niet primair belicht wordt?
- waarom publuceerde men in 1998 dat 'een leugen of parfum de zoete geur moest verklaren'?: terwijl dat gewoon niet juist is?
| Nr | NRC vraag in 1999 | Antwoord op basis alle beschikbare informatie | Huidige status | Bron /verwijzing |
|---|---|---|---|---|
| 1 | Wat was de exacte lading van het vrachttoestel? | De NOTOC en andere vrachtstukken zijn beschikbaar en de omstreden ontbrekende vracht is later verder gespecificeerd. Het dossier bevat geen bewijs voor een verborgen giftige of geheime lading die causaal relevant was voor het ongeval. | Grotendeels opgelost | NRC 21-01-1999; rapport parlementaire enquête. Pruis: Vracht / lading. Dit was al bekend gemaakt op 24-02-1994. |
| 2 | Wie verzamelde op de avond van de ramp de aanwezige vrachtpapieren? | De omgang met de vrachtstukken en de latere onderzoeksprocedures zijn verder gereconstrueerd. Vanaf 18 oktober 1992 lag het ladingonderzoek bij de Rijkspolitie Dienst Luchtvaart. | Deels opgelost | NRC 21-01-1999; rapport parlementaire enquête. Pruis-dossier / Wolleswinkel |
| 3 | Waarom was de vrachtdocumentatie onvolledig en niet eenduidig? | Niet alle onderliggende vrachtbrieven waren aanvankelijk beschikbaar. De parlementaire enquête en later dossieronderzoek brachten de ontbrekende categorieën verder in kaart. | Grotendeels opgelost | NRC 21-01-1999; rapport parlementaire enquête. Pruis: Vracht / lading |
| 4 | Waarom werd de Cockpit Voice Recorder (CVR) nooit gevonden? | De CVR is nooit teruggevonden. Er is gezocht in Hangar 8 en op stortplaatsen. Er is geen bewijs dat de recorder bewust door een geheime dienst is verwijderd. | Open, zonder bewijs voor ontvreemding | NRC 21-01-1999; rapport parlementaire enquête. Pruis: Cockpit Voice Recorder |
| 5 | Hoe konden belangrijke video- en geluidsbanden verdwijnen? | Het beeld dat alle banden verdwenen is te grof. Een deel bleef bewaard; van sommige opnamen is bekend dat ze volgens toenmalige routines zijn gewist of niet tijdig zijn veiliggesteld. | Deels opgelost | NRC 21-01-1999; PIN 20260423(2): Ontbrekende informatie en de schijn van een doofpot (naar aanleiding van GDGD pagina 226 en verder). rapport parlementaire enquête. |
| 6 | Hebben de vliegers tijdens de noodvlucht contact gehad met El Al / Tel Aviv? | De DFDR registreert slechts een klein aantal zeer korte HF-activaties van ongeveer 1–2 seconden. Dat maakt een langdurig inhoudelijk gesprek of het doorgeven van uitgebreide informatie zeer onwaarschijnlijk. Dat matched met informatie uit Tel Aviv die in de parlementaire enquête verkregen werd. | Inhoudelijk overleg zeer onwaarschijnlijk / eigenlijk gewoon onmogelijk | NRC 21-01-1999; Pruis: DFDR / HF-radio / CVR en PIN 19950613 DGRLD/LI/95.900059: Antwoord op brief H.J. van de Belt 1995. Dit was dus al ruimschoots bekend ten tijde van de enquête. rapport parlementaire enquête. |
| 7 | Welke gezondheidseffecten had de ramp voor bewoners en hulpverleners? | Latere medische onderzoeken vonden wel psychische en aspecifieke klachten, maar geen overtuigend causaal verband tussen ernstige ziekte en de lading of het verarmde uranium. | Grotendeels medisch onderzocht | NRC 21-01-1999; Pruis: Medisch onderzoek. rapport parlementaire enquête. MOVB 1, 2, 3. |
| 8 | Waarom reageerde de overheid zo laat op gezondheidsklachten? | Hier lag een reëel bestuurlijk en communicatief probleem: technische onderzoekers zagen geen aanwijzing voor een toxische oorzaak, terwijl bewoners klachten, onzekerheid en informatiebehoefte ervoeren. Er waren ook medisch / ethische redenen en bedenkingen ten aanzien van een grootschalig medisch onderzoek omdat er dan veel mensen onderzocht moeten worden die geen klachten hebben. | Bestuurlijke / communicatieve tekortkoming | NRC 21-01-1999; Pruis: gezondheid en communicatie. PIN 2026030: Waarom vonden de artsen van het AMC in de periode 1993 tot 1998 een groot medisch onderzoek niet gewenst? rapport parlementaire enquête. |
| 9 | Waarom zijn fouten gemaakt bij de berging? | De berging vond onder grote tijdsdruk en in een complexe rampsituatie plaats. Er waren tekortkomingen, maar er is geen aanwijzing dat daardoor de technische hoofdoorzaak onbekend is gebleven. | Tekortkomingen vastgesteld | NRC 21-01-1999; rapport parlementaire enquête. Pruis: berging / Hangar 8 |
| 10 | Waarom raakte een deel van het verarmde uranium zoek? | Niet alle balansgewichten zijn teruggevonden. De vernietiging en verspreiding van het vliegtuig en de bergingsomstandigheden bieden daarvoor een verklaring; gezondheidsschade door uranium is niet aangetoond. | Deels niet teruggevonden; gezondheidsclaim niet bevestigd. Risico's nihil. | NRC 21-01-1999; rapport parlementaire enquête. Pruis: Verarmd uranium |
| 11 | Heeft Amsterdam de rampenbestrijding te veel in eigen hand gehouden? | Dit is primair een bestuurlijke vraag. Het dossier laat zien dat gemeente, hulpdiensten, ministerie en luchtvaartonderzoek verschillende rollen hadden die voor buitenstaanders niet altijd duidelijk waren. | Bestuurlijk beoordeeld | NRC 21-01-1999; rapport parlementaire enquête. Pruis: communicatiestructuur |
| 12 | Wie waren op de rampplek aanwezig en wat was de rol van Israëlische inlichtingendiensten? | Er waren veel hulpverleners, bergers, politiefunctionarissen, onderzoekers en anderen. Voor de theorie dat mannen in witte pakken Mossad-agenten waren die geheime vracht verwijderden, is geen bewijs gevonden. In hangar 8 zijn er geen geheimzinnige mannen in witte pakke geweest. | Veel beter verklaard; Mossad-theorie onbewezen. Bemoeienis met veiligheids- onderzoek uitgesloten. | NRC 21-01-1999; rapport parlementaire enquête. Pruis: Witte pakken |
| 13 | Had de bijzondere positie van El Al op Schiphol invloed op de afwikkeling? Waren er speciale afspraken met Israël? | El Al had vanwege veiligheidsrisico’s een bijzondere beveiligingspositie. Het dossier bevat geen bewijs dat dit leidde tot beïnvloeding van het ongevalsonderzoek of het verbergen van relevante gevaarlijke lading. | Beveiligingspositie: ja; doofpot-effect: niet aangetoond | NRC 21-01-1999; Pruis: El Al / beveiliging. rapport parlementaire enquête. |
| 14 | Waarom won het vliegtuig zo slecht hoogte en wat was de precieze route? | De route is sterk gedocumenteerd met radar, DFDR en tijdreconstructies. Het toestel had twee motoren verloren en zware aerodynamische en structurele schade. Een extra 'derde ronde' wordt door de gegevens niet ondersteund. Zie dossier 2108 van de Raad voor de Luchtvaart 2.16.107 in het Nationaal Archief en de reconstructies op deze website. | In wezen opgelost. Klimprestatie voldeed aan voorschriften | NRC 21-01-1999; Pruis: route / analyses. Zie ook rapport Horlings. Het vliegtuig voldeed aan wettelijke klimprestaties. rapport parlementaire enquête. |
| 15 | Wat was de rol van de luchtverkeersleiding? | De bemanning vroeg zelf om baan 27. De verkeersleiding maakte die baan beschikbaar, maar kon vanuit de toren de precieze schade en bestuurbaarheid van het toestel niet beoordelen. De gezagvoerder heeft alle bevoegdheden in een noodgeval: "Die Nautische Gewalt". | Grotendeels opgelost | NRC 21-01-1999; Pruis: Luchtverkeersbeveiliging. Beluister ook Flugforensik Episode 22. Dit was al ruimschoots in 1993 bekend uit justitiele onderzoeken. rapport parlementaire enquête. |
NRC – Grondstof gifgas in Boeing El Al, 30 september 1998
NRC – Achtergrond DMMP/sarin, 30 september 1998
NRC – Militaire vluchten Israël via Schiphol, 5 december 1998
NRC – Muur van ontkenning, 21 januari 1999
NRC – Een lading die steeds zwaarder werd, 21 januari 1999
NRC – Onverwachte post voor de enquêtecommissie, 30 januari 1999
NRC – RLD zweeg ook over uranium, 9 februari 1999
NRC – RLD gaf gegevens uranium niet door, 9 februari 1999
NRC – Informatie uranium al snel bekend, 12 februari 1999
NRC – Beklaagdenbank Bijlmer, 20 februari 1999
NRC – ‘Gewichtsgat’ bij El Al-Boeing, 2 maart 1999
NRC – Uranium niet op grote schaal verstoven, 4 maart 1999
NRC – ‘Uranium El Al-Boeing verwaarloosbaar risico’, 4 maart 1999
NRC – Luchtvaartexperts sceptisch over Bijlmerrapport, 6 mei 1999
NRC – Enquête over Bijlmerramp eindigt in grote deceptie, 3 juni 1999
NRC – Advies over openbaarmaking Bijlmerramparchief, 19 april 2024