The Theory of Stupidity van de Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer
De Theory of Stupidity van de Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer gaat niet over een gebrek aan intelligentie, maar over een maatschappelijk mechanisme. Bonhoeffer stelde dat domheid ontstaat wanneer mensen hun vermogen tot kritisch denken opgeven en zich volledig laten leiden door morele zekerheid, groepsdenken of ideologie.
Volgens Bonhoeffer is een “dom” mens niet slecht of onwetend, maar overtuigd van zijn eigen gelijk. Juist die overtuiging maakt hem ongevoelig voor feiten, argumenten en correcties. Domheid wordt daarmee geen individuele tekortkoming, maar een kracht die zich verspreidt in tijden van crisis, angst en polarisatie.
In zulke omstandigheden wordt twijfel gezien als zwakte, nuance als verraad (of leugen) en correctie als aanval. Het gevolg is niet meer inzicht, maar stilstand: schade zonder winst. Bonhoeffer waarschuwde dat deze vorm van domheid gevaarlijker kan zijn dan kwaadwilligheid, omdat zij zich moreel rechtvaardigt en daardoor moeilijk te bestrijden is.
Stupiditeit als maatschappelijk risico
Over invloed, journalistiek en de Bijlmerramp
Wanneer teruggekeken wordt op de langdurige maatschappelijke ontregeling na de Bijlmerramp, ligt het voor de hand om te zoeken naar schuld: bij de overheid, bij instanties, bij onderzoekers, bij politici of bij de pers. Maar wie dat doet, mist een belangrijker verklaringsniveau. Niet alles wat ontspoort, ontspoort door kwade wil of bewuste misleiding. Soms ontspoort een systeem doordat het wordt overgenomen door een dynamiek die zichzelf versterkt en niet meer corrigeerbaar is.
Een bruikbaar analytisch kader om die dynamiek te begrijpen is de theory of stupidity van Carlo M. Cipolla. Dat begrip is misleidend hard, maar inhoudelijk precies — mits het niet als scheldwoord wordt gebruikt, maar als systeemdiagnose.
Stupiditeit is geen domheid
Cipolla definieert stupiditeit niet als een gebrek aan intelligentie, opleiding of goede bedoelingen. Integendeel: veel stupide schade wordt aangericht door hoogopgeleide, overtuigde en welbespraakte mensen. In zijn definitie is iemand stupide wanneer diens handelen:
schade toebrengt aan anderen, zonder aantoonbaar voordeel voor zichzelf — en vaak zelfs ten koste van zichzelf.
Dat maakt stupiditeit gevaarlijker dan kwaadwilligheid. Kwaadwilligheid is rationeel en voorspelbaar; stupiditeit is dat niet. Zij laat zich niet corrigeren door feiten, omdat zij niet primair door feiten wordt gestuurd.
De Bijlmerramp als ideaal ecosysteem
De Bijlmerramp vormde een ideaal ecosysteem voor deze vorm van ontsporing. De situatie werd gekenmerkt door:
- extreme technische complexiteit
- onvolledige en voorlopige data
- voortschrijdend inzicht over lange tijd
- gebrekkige overheidscommunicatie
- diepe emotionele en maatschappelijke impact
In zulke omstandigheden ontstaat een vacuüm waarin betekenis belangrijker wordt dan precisie. Wie dat vacuüm vult met overtuigende taal, krijgt invloed — ongeacht de methodologische kwaliteit van de inhoud.
De rol van de journalistiek
In dat vacuüm groeide de invloed van journalisten die zich profileerden als morele tegenmacht. In het bijzonder het werk van Vincent Dekker laat zien hoe een aanvankelijk legitieme kritische houding kan verschuiven naar een systeem dat zichzelf niet meer corrigeert.
Het probleem zit niet in het stellen van vragen. Het probleem zit in het blijven herhalen van antwoorden die gebaseerd zijn op een vroeg stadium van kennis, zonder deze later opnieuw te toetsen. Daarmee verandert journalistiek van onderzoek in bevestiging.
Volgens Cipolla ontstaat hier het gevaarlijke type gedrag: er wordt blijvende schade aangericht — wantrouwen, polarisatie, delegitimatie van expertise — zonder dat daar waarheidswinst tegenover staat.
Semantische ontsporing
Een cruciale rol in dit proces speelt wat kan worden aangeduid als semantische stupiditeit. Technisch-neutrale begrippen uit ongevallenonderzoek — zoals onzekerheid, voorlopige conclusies en voortschrijdend inzicht — worden semantisch omgeladen tot morele verwijten.
Wat in onderzoek normaal is, wordt zo gepresenteerd als verdacht. Correctie wordt tegenstrijdigheid. Nuancering wordt doofpot. Complexiteit wordt onwil.
Het gevolg is dat het publiek elk onderscheid verliest tussen methodische voorzichtigheid en misleiding. Daarmee wordt niet alleen het onderzoek beschadigd, maar ook het vermogen van de samenleving om met onzekerheid om te gaan.
Slachtoffers en moreel pantser
Stupiditeit, aldus Cipolla, vermomt zich vaak als morele overtuiging. Dat zien we terug in het structurele beroep op slachtoffers en nabestaanden als legitimatie voor blijvende verdachtmaking.
Maar moreel gelijk ontslaat niemand van methodologische discipline. Integendeel. Wie zegt te spreken namens slachtoffers, draagt juist de verantwoordelijkheid om onzekerheid niet te exploiteren en wantrouwen niet te institutionaliseren.
Blijvende twijfel zonder correctiemechanisme levert geen erkenning op, maar verlamming.
Waarom correctie uitbleef
Een van Cipolla’s belangrijkste wetten luidt dat niet-stupide mensen de schade van stupide dynamiek structureel onderschatten. Onderzoekers gingen ervan uit dat feiten uiteindelijk zouden spreken. Dat bleek onjuist.
Feiten spreken niet vanzelf. Zij moeten worden uitgelegd, geplaatst en herhaald. Wie de taal beheerst, beheerst de betekenis. En wie betekenis beheerst, oefent macht uit — ook zonder formele positie.
Dat verklaart waarom journalistieke framing langdurig invloed kon houden, zelfs toen de onderliggende aannames waren ingehaald door betere data.
Bonhoeffer en morele blindheid
De Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer beschreef dit mechanisme al eerder: domheid ontstaat niet door gebrek aan kennis, maar door het opgeven van kritisch denken ten gunste van morele zekerheid. Wie zichzelf aan de goede kant waant, sluit zich af voor correctie.
Precies dat maakt deze vorm van stupiditeit zo hardnekkig. Zij voelt niet als falen, maar als deugd.
De harde conclusie
De langdurige maatschappelijke schade rond de Bijlmerramp is niet primair het gevolg van bewuste misleiding of kwade intenties. Zij is het gevolg van een systeem waarin semantische versimpeling, morele zelfverzekerdheid en gebrek aan herijking elkaar versterkten.
In termen van Cipolla was dit geen strijd tussen waarheid en leugen, maar tussen onderzoek als proces en stupiditeit als eindtoestand.
Ik probeer te laten zien dat integriteit niet ligt in gelijk hebben, maar in het vermogen om ongelijk te accepteren wanneer de feiten daarom vragen. Dat vermogen ontbrak te vaak in het publieke debat.
En dat is een ongemakkelijke les van de vliegramp in de Bijlmermeer:
dat de grootste schade niet ontstaat door fouten, maar door het weigeren ze (tijdig) te herstellen.