Risico is een getal. Risicobeleving is een gevoel. Die twee lopen niet altijd gelijk op.
In de statistiek is vliegen een van de veiligste vormen van vervoer: de kans op een fataal ongeval per afgelegde kilometer ligt vele malen lager dan bij autorijden of fietsen. Toch voelt een vliegtuig voor veel mensen minder veilig. Dat komt omdat risico’s anders worden beleefd wanneer ze grootschalig, plotseling en moeilijk te beïnvloeden zijn. Een vliegtuigongeval is zeldzaam, maar als het gebeurt, is de impact groot en zichtbaar. Een verkeersongeval daarentegen is alledaags en daardoor, paradoxaal genoeg, minder beangstigend in de beleving.
Hetzelfde mechanisme speelt bij blootstelling aan stoffen. Verarmd uranium roept associaties op met radioactiviteit en onzichtbaar gevaar, terwijl de feitelijke risico’s sterk afhangen van de vorm, de blootstelling en de duur. Een sigaret daarentegen is een bekend, vrijwillig en maatschappelijk geaccepteerd risico, terwijl de gezondheidsschade daarvan goed gedocumenteerd en aanzienlijk is. Toch wordt het eerste vaak als dreigender ervaren dan het tweede.
Risico’s worden dus niet alleen bepaald door kans en gevolg, maar ook door onzekerheid, onbekendheid en vertrouwen. Juist daar, in die ruimte tussen feit en gevoel, ontstaan vragen, zorgen en soms ook verhalen die loskomen van de onderliggende werkelijkheid.