In het onderstaande probeer ik op een aantal vragen een antwoord te vinden. Hoe ontstonden theorieën, hoe werkten journalisten en een politicus samen in het dossier van de vliegramp, hoe konden de theorieën zo lang blijven bestaan en waarom gingen media en politiek mee in de gedachte dat er een verband tussen ziekte en lading bestond? Uiteraard liggen deze aspecten niet op mijn expertisegebied, maar misschien kunnen anderen - die veel beter gekwalificeerd zijn - de draad oppakken en er goed onderzoek naar doen. De kern van mijn boodschap als primaire bron blijft: er was vanuit het ICAO Annex 13 onderzoek niets te verbergen, maar klaarblijkelijk is dat wel zo ervaren. 

20260102 (1) Het ontstaan van complottheorieen rond de Bijlmer vliegramp
10 downloads
20260102 (2) De samenwerking tussen politiek en journalistiek
16 downloads
20260102 (3) Mogelijke verklaringen voor het hardnekkig voortbestaan van complottheorieen
12 downloads
20260102 (4) Waarom complottheorieen over de Bijlmerramp zo lang blijven bestaan
12 downloads
20260102 (5) Waarom media en politici meegingen in het verband ziekte en giftige lading
15 downloads

Volgens Henk Pruis – zoals hij dat consequent uiteenzet op elal1862accidentinvestigation.nl en in zijn publicaties – gedragen complotdenken, doofpotbeschuldigingen en mythevorming rond de Bijlmerramp zich niet als losse meningen, maar als een zelfversterkend systeem. In zijn visie zijn ze te begrijpen als een sociaal en mediologisch proces, niet als een gevolg van nieuw bewijs. Samengevat ziet hij dat proces als volgt:

1. Complotdenken als reactie op onzekerheid en wantrouwen

Volgens Pruis ontstonden complottheorieën niet uit harde feiten, maar uit:

  • onvolledige communicatie in de beginfase,

  • technische complexiteit van het luchtvaartonderzoek,

  • en een begrijpelijk wantrouwen tegenover overheid en instanties.

Wanneer antwoorden technisch, genuanceerd of onbevredigend zijn, ontstaat ruimte voor alternatieve verklaringen. Die verklaringen bieden emotionele helderheid: ze geven een duidelijke oorzaak, een schuldige en een verhaal dat “klopt”, ook al is het niet verifieerbaar.

2. De doofpot als narratief, niet als vastgesteld feit

In Pruis’ analyse is de vermeende “doofpot” geen aangetoond mechanisme, maar een narratief dat zichzelf in stand houdt. Elk document dat niet onmiddellijk begrijpelijk is, elk detail dat niet publiek wordt uitgelegd, wordt geïnterpreteerd als bevestiging van verbergen.
Cruciaal daarbij is wat hij het omkeringsprincipe noemt:

  • het ontbreken van bewijs wordt gezien als bewijs van verhulling,

  • en elk tegenargument als onderdeel van de doofpot.

Daarmee wordt de theorie ongevoelig voor tegenspraak

3. Mythevorming door herhaling en vereenvoudiging

Pruis wijst erop dat mythen ontstaan door:

  • herhaling in media,

  • waarheidsverwaarlozing,
  • onevenwichtige onderzoeksjournalistiek,

  • en het loslaten van context en technische precisie.

Door de jaren heen worden aannames steeds stelliger gepresenteerd. Hypothesen veranderen in “feiten”, vooral wanneer ze worden doorgegeven zonder bronkritiek. De ramp krijgt zo een symbolische lading die losraakt van het oorspronkelijke ongevalsonderzoek.

4. Media en politiek als katalysator

Volgens Pruis hebben media en politiek – vaak onbedoeld, maar soms ook doelbewust gericht - bijgedragen aan dit proces. Media zoeken naar conflict en spanning; politici reageren op maatschappelijke onrust. Dat leidde tot:

  • het legitimeren van onbewezen theorieën door ze serieus te behandelen,

  • het versterken van wantrouwen door publieke twijfel te uiten zonder nieuw bewijs,

  • en het vermengen van emoties, gezondheidsschade en lading tot één verhaal.

Niet uit kwade wil, maar uit dynamiek.

5. Archieven als anticlimax

Een belangrijk punt in Pruis’ werk is dat de openstelling van archieven geen “onthullingen” bracht en zal brengen. Integendeel: ze bevestigden grotendeels het bestaande luchtvaartonderzoek. Voor hem toont dit aan dat mythevorming niet wordt gevoed door geheimhouding, maar door verwachtingen van geheimen.

6. Het risico voor collectief geheugen

Pruis waarschuwt dat, als mythen dominant blijven, toekomstige generaties niet meer kunnen onderscheiden:

  • wat feitelijk is vastgesteld,

  • wat speculatie was,

  • en wat voortkwam uit rouw, boosheid of wantrouwen.

Daarmee verschuift de ramp van een historische gebeurtenis naar een mythe of legende, met verlies van nuance en werkelijkheid.

Kern van Pruis’ standpunt

Voor Henk Pruis zijn complot, doofpot en mythe geen bewijzen van verborgen waarheid, maar signalen van:

  • gebrekkige communicatie,

  • gebrek aan emotionele verwerking,

  • en een falend onderscheid tussen feit en interpretatie.

Zijn centrale boodschap is dat kritisch denken óók betekent: accepteren wat níét is aangetoond, hoe onbevredigend dat soms ook voelt — en dat respect voor slachtoffers en betrokkenen niet gediend is met het in stand houden van onbewezen verhalen