Het onweerstaanbare 'spannend' gemaakte verhaal. De mythe van het ongeval met El Al vlucht LY-1862 in een creatieve weergave (H.A. Pruis, 2025)

Een mythe is - in dit verband - een verhaal of overtuiging die wijd verbreid is maar niet op feiten berust

Er was / is geen verband tussen ziekte en lading (met uitzondering van individuele gevallen en PTSS)

De ladingspapieren zijn nooit geheim geweest (met uitzondering van 2010 tot 2024)

Het verarmd uranium vormde geen gevaar voor de volksgezondheid

Er bestaat geen enkel bewijs voor vervoer van chemische, biologische of nucleaire wapens

El Al 1862 was een normale vrachtvlucht waarvan de lading voldeed aan de ICAO en IATA eisen

De doofpot is - onterecht - tot een journalistieke voorstelling en mythe verworden

20260102 Complot, doofpot en mythe: hoe twijfel zichzelf organiseert
6 downloads

Complot, doofpot en mythe: hoe twijfel zichzelf organiseert

Complot­theorieën, doofpot­theorieën en mythevorming worden vaak op één hoop gegooid. Ze overlappen, versterken elkaar en worden in het publieke debat regelmatig door elkaar gebruikt. Toch zijn het geen synoniemen. Ze vervullen verschillende functies, volgen verschillende logica’s en ontstaan vaak in verschillende fasen van maatschappelijke onrust. Wat ze gemeen hebben, is dat ze gedijen in situaties waarin onzekerheid bestaat en vertrouwen ontbreekt.

Complotdenken: intentie zonder bewijs

Een complottheorie vertrekt vanuit de aanname dat gebeurtenissen het gevolg zijn van bewuste, heimelijke acties van een machtige groep. Toeval bestaat niet. Fouten bestaan niet. Alles is bedoeld. Het kernkenmerk van complotdenken is intentionele verklaring: er moet iemand zijn die het zo gewild heeft.

Complotdenken is aantrekkelijk omdat het orde schept. Het reduceert complexiteit tot een verhaal met daders en slachtoffers. In een wereld die chaotisch en onoverzichtelijk aanvoelt, biedt het houvast: niets gebeurt zomaar, alles heeft een oorzaak en een schuldige.

Het probleem is dat complottheorieën zich onttrekken aan weerlegging. Elk tegenbewijs wordt gezien als onderdeel van het complot. Gebrek aan bewijs is geen zwakte, maar juist bevestiging: “ze hebben het goed verborgen”. Daarmee wordt complotdenken een gesloten systeem.

De doofpottheorie: wantrouwen als uitgangspunt

Een doofpottheorie is subtieler. Ze stelt niet noodzakelijk dat er een groot, vooraf bedacht complot bestaat, maar gaat uit van systematische verzwijging achteraf. Niet: “ze hebben het gepland”, maar: “ze houden iets achter”.

Doofpottheorieën ontstaan vaak in de schaduw van echte historische voorbeelden waarin overheden informatie hebben achtergehouden. Daardoor klinken ze plausibel. Maar plausibiliteit is geen bewijs.

Kenmerkend voor doofpotdenken is dat het wantrouwen tot uitgangspunt wordt verheven. Officiële verklaringen worden per definitie verdacht. Transparantie wordt nooit voldoende geacht. Elke lacune, elk administratief gat, elke onzekerheid wordt gezien als aanwijzing voor opzet.

Net als bij complottheorieën keert de bewijslast zich om: niet degene die beschuldigt moet bewijzen, maar degene die onderzoekt moet aantonen dat er niets verborgen is. En dat is logisch onmogelijk.

Mythevorming: wanneer verhalen loskomen van feiten

Mythevorming is geen theorie, maar een proces. Het is het stadium waarin verhalen zich losmaken van hun feitelijke oorsprong en een eigen leven gaan leiden. Mythen hoeven niet coherent te zijn. Ze hoeven zelfs niet consistent te zijn. Ze hoeven alleen herhaald te worden.

In mythevorming verdwijnen nuances, correcties en context. Wat blijft, zijn krachtige beelden: het ‘extra rondje’, de ‘verdwenen recorder’, de ‘mysterieuze lading’. Deze beelden functioneren als symbolen van wantrouwen. Ze worden niet meer getoetst, maar herkend.

Mythen zijn sociaal. Ze worden gedeeld, bevestigd en doorverteld. Ze bieden een gevoel van gemeenschap: wij weten dat het niet klopt. In die zin zijn mythen emotioneel sterker dan feiten.

De onderlinge relatie: een escalatie

Complotdenken, doofpotdenken en mythevorming vormen vaak een escalerende keten:

  1. Onzekerheid of onbegrip over complexe gebeurtenissen

  2. Doofpotdenken: “er klopt iets niet”

  3. Complotdenken: “het is expres zo gedaan”

  4. Mythevorming: het verhaal wordt losgekoppeld van bewijs

Niet elke doofpottheorie wordt een complottheorie. Niet elk complot wordt een mythe. Maar wanneer correcties uitblijven, wantrouwen wordt beloond en verhalen politiek of mediaal rendement opleveren, ligt die ontwikkeling voor de hand.

De rol van media en politiek

Media en politiek spelen een sleutelrol. Niet per se door kwade opzet, maar door incentives. Controverse verkoopt. Wantrouwen mobiliseert. Een open vraag is aantrekkelijker dan een gesloten antwoord.

Wanneer journalisten en politici elkaar versterken — door elkaars twijfels te legitimeren — ontstaat een schijn van diepgang en bevestiging. Meerdere publicaties lijken meerdere bronnen, terwijl ze vaak dezelfde aanname herhalen. Zo wordt twijfel opgewaardeerd tot feitelijkheid.

Correcties zijn zelden aantrekkelijk. Ze leveren weinig aandacht op en verstoren het narratief. Daardoor blijven mythen bestaan, ook nadat ze inhoudelijk zijn weerlegd.

Waarom feiten soms niet winnen

Feiten zijn vaak complex, technisch en voorlopig. Ze bevatten onzekerheden. Ze veranderen soms door nieuwe inzichten. Dat maakt ze kwetsbaar in een omgeving die hunkert naar duidelijkheid en schuld.

Mythen zijn eenvoudiger. Ze zijn emotioneel. Ze blijven gelijk. Ze vragen geen begrip, alleen instemming.

Daarom winnen mythen het vaak van feiten — niet omdat ze waar zijn, maar omdat ze beter werken.

Slot

Complot­theorieën, doofpot­theorieën en mythevorming zijn geen randverschijnselen. Ze zijn structurele reacties op onzekerheid, verlies van vertrouwen en de menselijke behoefte aan betekenis. Ze verdwijnen niet door ze te negeren, maar ook niet door ze eindeloos te bestrijden.

De enige effectieve tegenkracht is consistente, robuuste en transparante bewijsvoering — én de bereidheid te accepteren dat sommige mensen niet op zoek zijn naar waarheid, maar naar bevestiging van hun wantrouwen.

En dat is misschien wel de moeilijkste conclusie: niet elk verhaal wil ontkracht worden. Sommige verhalen willen blijven bestaan.