Na een vliegramp zoals El Al 1862 handelen media primair vanuit maatschappelijke urgentie, niet vanuit onderzoekslogica. Dat verklaart veel van de spanningen die ontstaan tussen journalistiek en ongevallenonderzoek.

Die spanning is geen fout in het systeem, maar wel een kwetsbare zone: wanneer snelheid, emotie en narratief te dominant worden, kan het publieke beeld losraken van de feitelijke werkelijkheid.

Hoe wegen we informatie na een ramp?

Over feiten, snelheid, emotie en onvermijdelijke wrijving

Na een grote ramp ontstaat onmiddellijk een veelstemmig maatschappelijk krachtenveld. Iedereen zoekt naar houvast, maar niet iedereen weegt informatie op dezelfde manier. Dat is geen onwil en ook geen kwaadwillendheid; het is het gevolg van verschillende rollen, verantwoordelijkheden en belangen. Juist daarin schuilt de kern van veel misverstanden, spanningen en soms ook blijvende conflicten.

Het perspectief van het ongevallenonderzoek

Bij het onderzoek naar een luchtvaartramp staat één vraag centraal: wat is er feitelijk gebeurd en waarom?
Zo’n onderzoek is in sterke mate data-gedreven. In de praktijk bestaat het zwaartepunt voor een groot deel uit technisch en analytisch werk: vluchtgegevens, radarbeelden, wrakstukken, onderhoudsdata, operationele procedures. Het grootste deel van de uiteindelijke conclusies – vaak wel tachtig procent – is direct terug te voeren op deze objectieve gegevens.

Ooggetuigenverklaringen spelen zeker een rol, maar altijd in samenhang met andere bronnen. Ze worden gewogen, getoetst en waar mogelijk geverifieerd. Dat is geen gebrek aan vertrouwen, maar een noodzakelijke stap in een zorgvuldig onderzoek.

Cruciaal is bovendien dat het onderzoek gezaghebbend, onafhankelijk en boven elke twijfel verheven is. Snelheid is daarbij ondergeschikt aan zorgvuldigheid. In de wereld van het ongevallenonderzoek geldt doorgaans: liever later en correct, dan snel en onvolledig. Informatie wordt pas naar buiten gebracht wanneer men er voldoende zeker van is dat zij standhoudt.

Het perspectief van de journalistiek

Voor journalisten ligt het accent anders. Nieuwswaarde, actualiteit en snelheid zijn wezenlijke elementen van het vak. Media concurreren met elkaar, en het publiek verwacht snelle duiding en context. Dat leidt onvermijdelijk tot een andere weging van informatie dan binnen een lopend onderzoek.

Waar onderzoekers wachten op verificatie, publiceren journalisten soms op basis van voorlopige inzichten, bronnen of getuigenissen. Dat kan waardevol zijn – het houdt het publieke debat levend – maar het kan ook spanning veroorzaken en zelfs ontsporen. Wat journalistiek relevant is op dat moment, hoeft nog niet onderzoeksmatig houdbaar te zijn. En daarin schuilt ook een gevaar, dat er een vorm van beeldvorming plaatsvindt op een moment dat er heel veel feiten nog niet bekend en niet geverifieerd zijn. Dat kan er uiteindelijk in resulteren dat een eindrapport van een onderzoeksraad misschien niet aan de verwachtingen voldoet van een beeld dat zich gedurende een maandenllange tijd in een lange tijd in ons hoofd heeft ontwikkeld.

Deze verschillende tijdshorizonten botsen regelmatig. Niet omdat één van beide “fout” is, maar omdat zij verschillende doelen dienen.

Emotie en maatschappelijke verwerking

Na een ramp speelt emotie een allesoverheersende rol. Angst, verdriet, boosheid en onzekerheid vragen om erkenning. Onderzoekers zijn zich daar terdege van bewust, maar het reguleren van maatschappelijke emotie is niet hun kerntaak. Hun primaire verantwoordelijkheid blijft het vaststellen van feiten en oorzaken. 

De media vervullen hier wél een andere rol: zij verwoorden gevoelens die in de samenleving leven, geven slachtoffers en betrokkenen een stem en maken emoties zichtbaar. Dat is noodzakelijk, maar het vergroot ook de kans op frictie wanneer emotionele duiding vooruitloopt op feitelijke vaststelling.

Slachtoffers en nabestaanden

Voor slachtoffers en nabestaanden ligt het zwaartepunt opnieuw anders. Voor hen is begrip voor hun situatie essentieel, evenals snelle en duidelijke informatie over zeer concrete zaken: huisvesting, gezondheid, rouwbegeleiding, erkenning en perspectief.

Waar een onderzoek abstract en technisch kan zijn, is voor hen het menselijke aspect doorslaggevend. Onzekerheid is extra zwaar te dragen wanneer informatie uitblijft of tegenstrijdig is. Dat verklaart waarom zij soms andere accenten leggen dan onderzoekers of journalisten – en waarom spanningen snel voelbaar worden.

Omwonenden en bredere maatschappelijke belangen

Ook anderen wegen informatie vanuit hun eigen leefwereld. Mensen die onder aanvliegroutes wonen hechten groot belang aan veiligheid, geluidsoverlast en de vrees voor herhaling. Voor hen telt niet alleen wat er is gebeurd, maar ook of zij kunnen vertrouwen op eerlijke en volledige informatie over risico’s in de toekomst.

Hun zorgen zijn rationeel én emotioneel, en verdienen serieus genomen te worden – ook als ze niet altijd direct samenvallen met de conclusies van een technisch onderzoek.

De rol van de rechterlijke macht

Wanneer belangen botsen en interpretaties uiteenlopen, komt uiteindelijk vaak de rechterlijke macht in beeld. De rechter probeert verschillende perspectieven te wegen: feiten, aansprakelijkheid, zorgplicht, maatschappelijke gevolgen. Bij een ramp is dat een uiterst complexe taak, juist omdat niet alle belangen tegelijk recht gedaan kunnen worden.

Onvermijdelijke wrijving

De kern is dat niet alle belangen op elk moment samenvallen. Zorgvuldigheid botst met snelheid. Feiten met gevoelens. Onafhankelijk onderzoek met publieke onrust. Dat patroon zien we terug bij tal van grote rampen, nationaal en internationaal.

Die wrijving is geen bewijs van kwade trouw of een doofpot, maar van een samenleving waarin verschillende systemen tegelijk functioneren – elk met hun eigen logica.

Tot slot

Wie achteraf oordeelt met één maatstaf, mist deze gelaagdheid. Begrip ontstaat pas wanneer we erkennen dat iedereen informatie weegt vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid en kwetsbaarheid. Pas dan wordt zichtbaar waarom spanningen ontstaan – en waarom ze, hoe pijnlijk soms ook, vrijwel onvermijdelijk zijn na een ramp. 

Juist daarin ligt de les: niet alles wat wringt is onjuist, maar alles wat wringt verdient uitleg, zorgvuldigheid en tijd.