Joost Oranje, “Onverwachte post voor de enquêtecommissie”, NRC Handelsblad, 30 januari 1999.
Oranje schrijft in het NRC: “Terwijl de afgelopen week de eerste openbare verhoren begonnen, speelde zich achter de schermen een heel ander proces af.”
Oranje beschrijft dat op zondagavond, kort na het begin van de openbare verhoren, bij een lid van de enquêtecommissie een dikke envelop werd bezorgd met tientallen documenten uit wat werd voorgesteld als de interne technische administratie van El Al. NRC had volgens Oranje waarschijnlijk hetzelfde documentenpakket ontvangen.
Vervolgens beschrijft hij:
- De commissie zou naar aanleiding van de documenten onmiddellijk actie hebben ondernomen. De onderzoeksstaf controleerde gegevens en probeerde technici van El Al te spreken.
- Drie andere getuigen zouden voor een voorverhoor naar Den Haag zijn gehaald; twee van hen zouden volgens Oranje in een besloten verhoor zodanig relevante verklaringen hebben afgelegd dat zij onder ede zouden worden gehoord.
- Volgens de anonieme begeleidende brief bij het pakket zou El Al onvoldoende zorgvuldig omgaan met technisch onderhoud van vooral vrachtvliegtuigen. Oranje noemt voorbeelden zoals motorafstelling, olielekkage, vleugelkleppen en te laat uitgevoerde controles.
- NRC had de stukken aan een niet bij naam genoemde deskundige van een Nederlandse luchtvaartmaatschappij voorgelegd. Een tweede niet bij naam genoemde deskundige karakteriseerde de onderhoudspraktijk als zich in een “donkergrijs” gebied bevindend.
- Het pakket bevatte ook informatie over een incident van 14 december 1997, waarbij volgens het artikel tien ton vracht ten onrechte aan boord van een El Al-vrachtjumbo was gebleven terwijl voor de gewichts- en balansberekening van een leeg toestel was uitgegaan.
Aan het einde van het artikel maakt Oranje vervolgens expliciet de verbinding met vlucht LY1862 uit 1992. Daar wordt het journalistiek interessant.
Oranje schrijft eerst dat er in de voorafgaande jaren geregeld berichten waren verschenen over de technische staat van het ramptoestel, maar voegt daar onmiddellijk aan toe dat die verhalen niet hard waren gemaakt. Ook vermeldt hij dat het eindrapport van de Raad voor de Luchtvaart in 1994 concludeerde dat de toestand van het vliegtuig goed was.
Daarna volgt echter de omslag. Volgens Oranje zou uit de voorverhoren blijken dat de enquêtecommissie reden had aan dat oordeel te twijfelen. Hij brengt vervolgens specifiek het eerdere onderzoek van de Rijksluchtvaartdienst naar de technische toestand van de 4X-AXG in het geding. H. van Klaveren zou daarover de daaropvolgende donderdag worden verhoord.
Oranje redeneert dat, als Van Klaverens verklaring onbevredigend zou zijn en als de twee andere getuigen onder ede hun belastende verklaringen zouden herhalen, het onderhoudsvraagstuk een eigen dynamiek in de enquête kon krijgen. Vervolgens schrijft hij dat de commissie-Meijer dan zou kunnen overwegen de Tweede Kamer om uitbreiding van haar taakopdracht te vragen.
Waarom dit artikel bijzonder relevant is
Dit is dus veel concreter dan alleen een NRC-artikel over onderhoud. Oranje beschrijft op 30 januari 1999, terwijl de enquête al liep, een informatiestroom van buiten naar de commissie en koppelt die vrijwel onmiddellijk aan de mogelijkheid dat het onderwerp onderhoud van El Al en het onderzoek van de RLD (in werkelijkheid: Raad voor de Luchtvaart) een grotere plaats binnen de enquête zou krijgen.
Daarbij moeten wel onderscheid gemaakt worden tussen drie zaken: het artikel bewijst dat NRC over de documenten beschikte en dat Oranje wist dat ook de commissie documenten had ontvangen; het artikel stelt dat het waarschijnlijk om hetzelfde pakket ging; maar het bewijst op zichzelf nog niet wie het pakket aan de commissie heeft bezorgd of dat Joost Oranje/NRC degene was die het aan de commissie heeft verstrekt. Dat laatste zou afzonderlijk met commissiearchieven, dagboeken, correspondentie of getuigenverklaringen moeten worden aangetoond.
De combinatie van datum + anonieme stukken + voorverhoren + Van Klaveren + mogelijke uitbreiding van de taakopdracht is belangrijk. Daarmee bestaat een zeer concrete primaire journalistieke bron voor de volgende vraag: hoe kwam het onderwerp El Al-onderhoud tijdens de enquête op de agenda en welke rol speelde NRC/Joost Oranje daarbij?