Een these is de centrale stelling van een betoog, boek of onderzoek die met argumenten en bronnen wordt onderbouwd.

PIN 20260607: Waarom ik denk dat de doofpot bij de media zit

0 downloads

Waarom ik denk dat de doofpot bij de media zit

De vraag waar de “doofpot” rond de Bijlmervliegramp werkelijk zit, wordt meestal in de richting van de overheid gesteld. Mijn conclusie is anders. Na jarenlang werken met primaire bronnen, officiële documenten, mediaberichten en reconstructies, denk ik dat de doofpot niet primair bij de overheid zit, maar bij de media.

Ik formuleer dat bewust voorzichtig. Ik zeg niet dat journalisten bewust hebben gelogen of dat redacties doelbewust de waarheid hebben willen verbergen. Dat is niet mijn methode. Maar de redenering is voor mij wel duidelijk: de media hebben verkeerde beelden, onbewezen suggesties en aantoonbaar onjuiste koppen jarenlang laten voortbestaan. Daarmee hebben zij een eigen werkelijkheid gecreëerd die zich moeilijk laat corrigeren.

1. Koppen die decennia blijven hangen

Op mijn mediapagina heb ik concrete krantenkoppen en mediabeelden geïnventariseerd die feitelijk aantoonbaar onjuist zijn of onvoldoende onderbouwd bleven. Denk aan formuleringen als “alleen bloemen en parfum”, “explosieven en munitie”, “nucleaire lading”, “het extra rondje”, “te zwaar beladen”, “keiharde fraude” en “een overheid die niet om zijn burgers geeft”.

Die koppen zijn niet zomaar losse vergissingen. Zij hebben zich vastgezet in het collectieve geheugen. Ze zijn grotendeels niet gecorrigeerd en zijn dertig jaar lang blijven doorleven. Dat is voor mij de kern van het probleem. Niet één fout artikel, niet één ongelukkige uitzending, maar een structureel falen van het zelfcorrigerend vermogen van de journalistiek.

2. De uitspraak van Pierre Heijboer

Een belangrijk moment in mijn denken hierover was een uitspraak van Pierre Heijboer van de Volkskrant. Hij vertelde mij persoonlijk dat je een verhaal “net iets interessanter moet maken dan het in werkelijkheid is”, omdat “een droog verhaal geen hond leest”.

Ik zie die uitspraak niet als een curiositeit, maar als een symptoom. Zij laat zien hoe de journalistieke behoefte aan een goed leesbaar en spannend verhaal op gespannen voet kan komen te staan met feitelijke precisie. Bij een ramp als de Bijlmervliegramp is dat riskant. Juist daar moeten feiten, bronnen en onzekerheden zorgvuldig worden behandeld.

Wanneer een verhaal steeds iets interessanter wordt gemaakt dan het in werkelijkheid is, ontstaat op den duur een andere werkelijkheid. En die werkelijkheid is moeilijk terug te draaien.

3. Rampvlucht: oude complottheorieën nieuw leven ingeblazen

Na het zien van de KRO-NCRV-serie Rampvlucht heb ik de regisseur geschreven dat het publiek naar mijn oordeel niet goed geïnformeerd werd en eigenlijk zelfs werd misleid. Oude complottheorieën kregen opnieuw leven ingeblazen, alsof de parlementaire enquête nooit had plaatsgevonden.

Mijn bezwaar was niet alleen dat er fouten of suggesties in zaten. Mijn bezwaar was vooral dat de redactie onvoldoende deskundigheid, onvoldoende feitenkennis en onvoldoende onafhankelijkheid liet zien. En vervolgens kwam er ook geen serieuze correctie achteraf.

Dat is precies het patroon dat mij zorgen baart: een suggestief verhaal krijgt een groot publiek, maar de feitelijke correctie krijgt nauwelijks ruimte.

4. Murky Skies: het verhaal lag vooraf al vast

Bij de Israëlische documentaire Murky Skies werd het probleem nog duidelijker. Achteraf ontdekte ik dat de financier al vóór de opnames de thema’s had vastgelegd: corruptie, het verbergen van de waarheid, Bijlmerziekten, uranium en een mini-Tsjernobyl.

Voor mij betekent dat dat de documentaire geen open onderzoek was, maar een bevestiging van een vooraf bepaald narratief. De conclusie stond in feite al klaar voordat het onderzoek begon. Dat is het tegenovergestelde van de methode die ik zelf probeer te volgen.

Mijn methode is: eerst de bronnen, dan de analyse, en pas daarna de conclusie. Bij Murky Skies leek dat omgekeerd te zijn.

5. NOS en ANP negeerden de weerlegging

Toen de Duitstalige podcast FLUGFORENSIK in 2024 een feitelijk correcte reconstructie publiceerde waarin complottheorieën helder werden weerlegd, vonden zowel de NOS als het ANP het niet nodig om daaraan aandacht te besteden.

Ik heb dat op mijn mediapagina “op zijn zachtst gezegd opmerkelijk” genoemd. In mijn voorzichtige taalgebruik is dat een scherpe constatering. Want als de suggestie nieuwswaardig is, dan zou de weerlegging dat ook moeten zijn. Als de media jarenlang ruimte geven aan twijfel, vermoedens en beschuldigingen, dan hebben zij ook de verantwoordelijkheid om ruimte te geven aan correctie.

Juist dat is onvoldoende gebeurd.

6. De Groene Amsterdammer stelde de vraag al in 1999

Al in april 1999 schreef De Groene Amsterdammer dat de tijd rijp leek voor een journalistieke enquêtecommissie. Dat was een belangrijke observatie. De parlementaire enquête onderzocht de overheid uitvoerig, maar de media hebben zichzelf nooit op vergelijkbare wijze onderzocht.

Die journalistieke enquêtecommissie is er nooit gekomen. Daardoor bleef een belangrijke vraag liggen: welke rol hebben media zelf gespeeld in het ontstaan en voortbestaan van de mythes rond de Bijlmervliegramp?

De kern van mijn redenering

Ik stel niet dat de media bewust hebben gelogen. Ik stel ook niet dat er sprake was van een gecoördineerd complot. Mijn punt is subtieler, maar misschien juist daarom scherper.

De medialogica — dramatiseren, vereenvoudigen, herhalen zonder voldoende correctie — kan hetzelfde effect hebben als een doofpot, ook zonder dat er sprake is van opzet. Het resultaat is namelijk vergelijkbaar: een narratief dat niet klopt, dat niet wordt gecorrigeerd en dat burgers decennialang een verkeerd beeld geeft van wat er werkelijk is gebeurd.

Daar komt iets belangrijks bij. Het welbevinden van de Bijlmerbewoners is wel degelijk beïnvloed door de toonzetting van de berichtgeving in de media. Wanneer bewoners jarenlang horen dat er misschien sprake was van een geheim extra rondje, gevaarlijke lading, uranium, fraude, een mini-Tsjernobyl of een overheid die hen bewust in de steek liet, dan doet dat iets met mensen. Het voedt wantrouwen, angst en boosheid.

Daarom denk ik dat de doofpot die de media de overheid verweten, in feite voor een belangrijk deel bij de media zelf is ontstaan. Niet als bewuste samenzwering, maar als een hardnekkig journalistiek mechanisme dat zichzelf niet corrigeerde.

Dat is voor mij de centrale these: de echte doofpot zit niet alleen in wat mogelijk is verzwegen, maar vooral in wat jarenlang ten onrechte is blijven hangen.